Zal ik een pony laten knippen of niet? De dilemma’s waar ik mee te maken heb mensen. Nee, ik heb het heus niet makkelijk.

Ik heb nog nooit een pony gehad. Echt, ik had niet eens een Shetlander (al verzorgde ik er ooit wel een, Speedy Gonzales, maar dat is weer een heel ander verhaal). Dat ik nooit een geknipte pony had dus. Ooit, in de jaren 80 had ik wel een kuifje. Dat was waarschijnlijk gewoon wel een pony, die ik dan kaarsrecht omhoog toupeerde (voor een voorbeeld van dit kapsel zie Mary in ‘There’s something about Mary’ al deed zij daarvoor iets anders dan touperen). Touperen. Ik besef dat dat voor de lezers geboren na 1985 niets zegt. Alhoewel, we hebben nu Roy Donders, die krijgt dat getoupeerde haar natuurlijk zo weer terug in het straatbeeld daar in het Zuiden.

Als kind had ik trouwens wel een pony, de reden daarvan was dat mijn ouders altijd liever een jongetje hadden gehad en zij mij ook het kapsel van een jongetje lieten aanmeten. Tot mijn 11e had ik standaard het kapsel van een playmobil poppetje. Ik herinner mij eens een etentje bij de Italiaan, waar alle dames een roos kregen aangeboden en ik werd overgeslagen. M’n vader vroeg de man die de rozen uitdeelde of ik ook een roos kreeg. ‘Nee!, zei de man resoluut, dat is alleen voor meisjes’. Je zult begrijpen dat ik vervolgens jarenlang in therapie moest.

Maar sinds kort ben ik helemaal in de ban van de pony. Ik vind het helemaal hip, zo’n pony tot op of helemaal over je wenkbrauwen. En nu ik erover nadenk om zelf een pony te laten knippen kijk ik in alle bladen en op tv wie er een pony heeft en of dat echt leuk staat. Ik was altijd anti pony, vond het helemaal niets en kon me niet voorstellen dat mensen bij hun dochters met lang haar een pony lieten knippen. Voorzag trauma’s en jarenlange therapie bij die meisjes.
Maar nu ben ik om! De vraag is alleen; staat dat mij, zo’n pony?


Helaas bloeien de Margrieten nog niet anders had ik mijn beslissing af kunnen laten hangen van het plukken van de blaadjes: ik neem wel een pony – ik neem geen pony. De afspraak bij de kapper staat inmiddels gepland. De klok tikt.
Zal ik het doen of zal ik het niet doen?







Reacties (1)

 

Vanochtend vroeg lag ik bij de mondhygiëniste in de stoel. Al wel met gewassen haar maar nog zonder make-up, ze maakt me namelijk altijd aan het huilen en dan loopt m’n mascara zo door. Dat huilen doe ik niet door de verhalen die ze vertelt, ze praat meestal onafgebroken over haar vriend die ‘eigenlijk een lul is’, maar ook zo z’n goede kanten heeft waardoor ze toch maar bij hem blijft. Nee, ze krijgt mij soms aan het huilen vanwege de pijn die ze me doet.
Misschien komt dat wel omdat haar vriend zo’n lul is, ze moet zich toch ergens op afreageren en ik ben met open mond vast een easy target. Volledig op de hoogte van het liefdesleven van de mondhygiëniste stapte ik, wel met blinkend witte tanden de praktijk weer uit, op naar m’n volgende afspraak bij de pedicure. 

Tijdens deze behandeling bleef het gesprek  oppervlakkig, op voetniveau zeg maar. Dat achterover leunen op zo’n luxe behandelstoel met zo’n dame die m’n voeten vertroetelde beviel me een stuk beter.

In de middag ging ik naar Amsterdam naar de Massage Academie, alwaar ik op een massagetafel plaats mocht nemen als proefpersoon voor een examen. Daar werd nog wel wat tegen me gesproken maar alleen het hoognodige en ik kwam helemaal tot rust. Volledig zen liep ik na deze fijne ervaring de deur weer uit, om daarna nog even wat door Amsterdam te slenteren.

Het kan niet anders dan dat deze avond nog meer mooie dingen voor mij in petto heeft.




Reacties (2)

Ze keek me aan door de spiegel, ik zat bij haar in de kappersstoel. Ik had haar al een paar jaar niet gezien, doordat ik nogal eens vreemd was gegaan bij andere kappers. Maar de koffie stond weer klaar en ik voelde me welkom. Ze keek me aan en zei ‘je hebt je oogleden laten doen hé!’. Ik flikkerde van de kappersstoel af van schrik; was het zó opvallend? Zagen mijn ogen er nu uit als die van een angstig konijn dat in de koplampen van een vrachtwagen keek?
Ik vroeg haar hoe ze dat zag, ik had haar tenslotte jaren niet gezien en m’n oogleden waren inmiddels niet meer pimpelpaars. ‘Je hebt gewoon een lekkere frisse blik’, zei ze. Uhu. Oké dan. Ik wist niet of ik dat moest beschouwen als een goed of juist een bijzonder slecht teken.
Ze knipte m’n haar en al ging er meer af dan mijn eigenlijke bedoeling was, het zat best aardig.
Dat gefrut aan m’n aan m’n haar beviel me wel en ik besloot dan ook om binnenkort m’n haar eens te laten verven. Doe eens gek, dacht ik. Een nieuwe blik, een nieuwe coupe, een nieuwe kleur.


En zo zat ik vanmorgen weer in de kappersstoel. Ik wees wat kleuren aan uit het kappersboek  die me vast bijzonder goed zouden staan maar de kapster liet me weten dat dat niets voor mij was. Zij wees een totaal andere kleur aan en voordat ik het wist had ik alweer ‘oké’ geroepen, ik vertrouwde haar als zijnde kleurexpert. Ik ben nogal goed van vertrouwen namelijk.

Ze sloeg aan het mengen met de kleuren en smeerde een pimpelpaars goedje op m’n hoofd, vervolgens smeerde ze nog wat plukken haar in met een oranje goedje waarna ze m’n hoofd inpakte met aluminiumfolie. Met m’n ge-aluminium-foliede hoofd deed ik nog even een robot na maar mijn humor was niet de hare. Ze zette de wekker en liet mij alleen met de roddelbladen. Daar zat ik dan, nog onwetend over het drama dat zich later op mijn hoofd zou voltrekken.

Een heerlijk halfuurtje waarin ik werd voorzien van koffie, waarna ik weer volledig op de hoogte raakte over het liefdesleven van Raf, Syl en Sabia. En terwijl ik op de helft van het stuk over Eva en haar nieuwe liefde Freek was, werd mij vriendelijk doch dringend verzocht bij de wasbak te komen zitten.

Ik genoot nog even van het warme water dat het paars van m’n hoofd spoelde en de hoofdmassage die daarbij hoorde. Weer terug in de kappersstoel leek het best aardig, die kleur die m’n haar had gekregen. Anders dan ik in gedachten had maar een beetje ‘out of the box’ denken hoort erbij deze dagen. De kapster ging me voor richting kassa, waarop ze een bedrag aansloeg, nog een bedrag en nóg een bedrag. Kacheng! Dat is dan € 97,50 voor een nieuw kleurtje op je hoofd. ‘Maar weer een tijdje bij m’n ouders aanschuiven’ ging er door m’n hoofd, maar hé dan heb je ook wat hé.

Eenmaal thuis holde ik meteen op de spiegel af waar je door het buitenlicht zo’n lekker zicht hebt op hoe je er écht uitziet. Nou. Niet dus. Het zag er niet uit.
Ik vermoed dat de kapster jaloers was op m’n nieuwe frisse blik en er daarom eigenhandig voor heeft gezorgd dat ik alvast klaar ben voor Koninginnedag.
Oranje boven!











Reacties (2)

Het is 1 april mensen, 1 APRIL. Ik bedoel, wie gelooft dat?! Weersgerealateerd natuurlijk, die uitroep.

Er valt hier verder geen 1 april grap te maken in Huize H, aangezien ik de enige aanwezige ben (al moet ik toegeven dat ik graag lach om m’n eigen grappen).

Ik heb af en toe het gevoel dat ik mezelf nog een beetje in de winterslaap hou. De dagen dat ik me gapend uitrek en me niet nog eens omdraai maar het waag uit bed te stappen, komt dat alleen omdat ik tussen de gordijnen door een zonnestraal meen te herkennen. Als ik dan eenmaal uit bed ben, naar buiten kijk en ontdek dat de zonnestraal komt doordat een vaag zonnetje op een autospiegel weerkaatst in mijn slaapkamerraam, wil ik me het liefst weer snel onder dat dekbed wurmen en verder snurken.

Mijn hele lijf schreeuwt om zon, zonnestralen en de energie die ik daarvan krijg. Ik denk dat de weergoden weten dat m’n lijf nog niet helemaal klaar is voor die zonnestralen en dat de reden is dat ze wegblijven. Ik wil eerst nog wat strakker in m’n vel komen te zitten en wat gewicht kwijt.

In gedachten maakte ik gisteren wel even een vreugdedansje;  ik vierde mijn ’90 dagen’. 90 dagen gezond bezig, 90 dagen (zo goed als geen-) koolhydraat aangeraakt, 90 dagen geen snoep, koek, chips of ander ongezond lekkers aangeraakt. Het enige wat ik van mezelf mocht was af en toe een wijntje, bij een feestje of een etentje (gezonder leven oké, maar er zijn grenzen natuurlijk). Het ging me eerlijk gezegd eigenlijk best makkelijk af, 90 dagen gezonder leven.

Al gaf de weegschaal m’n gewicht op een dag min 4 kilo aan, daar bleef het wel bij. Soms sprong het gewicht dat de weegschaal aangaf zelfs weer even terug naar min 3,5 en dan weer naar min 4.

Was ik de eerste periode best trots op mezelf dat het me lukte dat gezonder leven, nu begon het me meer en meer te frustreren dat dat getal op de weegschaal niet verder naar beneden wilde. Natuurlijk weet ik best dat ik meer zou moeten sporten en kan ik best bedenken hoe ik het allemaal nog beter zou kunnen doen, dat gezonder leven. Maar frustrerend blijft het, dat de weegschaal m’n vriend nog niet is.

Maar al wil ik best graag in die ‘Feeling Good’ flow blijven zitten waarin ik zat, alleen moet ik helaas bekennen dat dat niet altijd lukt. En na een paar van die dagen achter elkaar, ondanks dat ik mezelf toespreek met ‘je hebt nou wel een ontzettende kutdag, maar je bent wel goed bezig’.

Na een paar van dat soort dagen, is eigenlijk het enige dat helpt even heel hard zingen;

Birds flying high - you know how I feel
Sun in the sky - you know how I feel
Breeze drifin’on by – you know how I feel
It’s a new dawn
It’s a new day
It’s a new life
For me
And I’m feeling
KUT! 

Tadam Tadam Tadam Ta  da  dam  

En dan weer door, op naar de volgende 90 dagen gezond.
Totdat ik weer zing ‘and I’m Feeling GOOD’!

Reacties (4)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl