Mond op mond reclame ging sneller dan de reisfolders huis aan huis konden worden verspreid. De meeste huizen hadden geen voordeur meer, laat staan een brievenbus. Sterker, de meeste huizen hadden al geen bewoners meer. Gevlucht.


Ik bevind mij in de lotushouding op een kussentje in een kring vol mediterenden. De meditatieleider spreekt met monotone stem over de indrukken van buitenaf. Alle indrukken van buitenaf mogen er zijn, maar deze hoef je niet binnen te laten komen. Voel wat er zich nu aandient. In jouw lijf. Dit is het enige dat belangrijk is, op dit moment. Voel wat er op dit moment aandacht vraagt, in jouw lijf.


Huis en haard verlaten. Met minder dan één stuk handbagage. Door mond op mondreclame had je gehoord dat je welkom was - aan de overkant. Samen met jouw kinderen, samen met vele anderen. Vol verwachting stap je aan boord.


De monotone stem van de meditatieleider is vaag op de achtergrond aanwezig. Als je merkt dat je je laat afleiden, door de indrukken van buitenaf, keer dan weer terug naar wat er bij jou, in jouw lijf, aandacht vraagt. Wat voel je, nu? Wat dient zich aan in jouw lijf, dat jouw aandacht vraagt, op dit moment? 


Je probeert niet te denken aan iedereen die je achterliet. Slikt jouw tranen weg als je denkt aan de tranen van hen die je achterliet. Achter moest laten. Je kon niet anders. Dit is jullie kans om te overleven. Nu moet je sterk zijn voor de kinderen. Nu moet je met hen geloven in een toekomst, daar - aan de overkant. Onwetend over het komende onheil.

Mond op mond reclame zou snel veranderen in mond op mond beademing. Tevergeefs.


Wees je bewust van jouw ademhaling, voel hoe jouw longen zich met lucht vullen als je diep inademt. En ineens ben ik mij volledig bewust van mijn ademhaling. Volledig - in het nu - besef ik het.
Ik adem! Ja.
Ik wel.









Reacties (1)

Het kon zijn dat ik mij in een andere tijdzone bevond, bedacht ik mij, terwijl ik vanmorgen op kantoor zat. Eerst dacht ik nog even dat de zomertijd plots weer ingegaan was en ik een uur te vroeg achter mijn bureau was beland. Maar dat zou eigenlijk niet kunnen want als ik een uur te vroeg op kantoor zou zijn, zouden er evengoed al collega’s achter hun bureaus zitten. Ik ben namelijk niet zo’n ochtendmens. Tegen de tijd dat ik start met werken zijn de meeste collega’s al toe aan hun lunchpauze vermoed ik.

Er moest een andere reden zijn waarom het zo stil was op kantoor. Buiten mijzelf zat er niemand anders op de afdeling. En dat terwijl we net helemaal gesetteld waren op onze nieuwe werkplek. Dat had overigens nog wel wat voeten in de aarde gehad. Er is wat heen en weer geschoven met bureaus, na de officiële verbouwing starten de collega’s op de afdeling zelf ook nog een heuse verbouwing, tot eenieder naar z’n zin zat. Inmiddels zit ik op m’n nieuwe plek aan het raam. Naast mijn bureau bevindt zich de kont van de koe. Neen, dat zijn niet de billen van een te dikke collega, het is een kunstige koe in ligstand op ware grootte, beschilderd in allerlei kleuren. Ooit door de baas gekocht bij een veiling voor het goede doel. En aangezien ik de grootste dierenvriend van de afdeling ben, hebben ze mij het uitzicht van de kont van de koe geschonken. Een mens kan het slechter treffen, nietwaar.

Na enige tijd in stilte te hebben doorgebracht achter mijn laptop ben ik toch zelf mijn koffie maar gaan halen in de pantry, alwaar ik zowaar een collega trof. Ik vroeg direct naar de stilte, waarna mij duidelijk werd gemaakt dat het vakantieperiode is, althans voor de kinders. Soms ontgaan dit soort dingen mij volledig. Het blijkt dat de ouders der Lage Landen tegenwoordig massaal met kinders op vakantie gaan, niet meer alleen tijdens de zomervakantie maar ook in de voorjaars, mei- en najaarsvakanties.

Zo tijdens de stilte had ik genoeg tijd om door te werken maar ook dwaalden m’n gedachten soms even af. In gedachten was ik op deze 4e mei ook  bij zovelen die nog altijd in oorlog leven. Voor mij nog altijd onbegrijpelijk waarom. En het nare gevoel dat ik er zo verdomde weinig aan kan doen. Want ik geloof niet dat zij er iets aan hebben dat ik aan ze denk en aan al diegene in alle jaren hiervoor die oorlogen hebben moeten doorstaan. Machteloos en boos word ik als ik daaraan denk. Want ik ben stil, maar er is zo weinig dat ik kan doen.

Vergeef me als mijn gedachten om 20.00 uur niet precies twee minuten daar waren waar ze horen te zijn op 4 mei om 20.00 uur. Ik bracht de rest van de dag namelijk door in gedachten en in stilte. Bij de kont van de koe.

Reacties

Het goede-voornemens-principe heeft niet iedereen helemaal goed begrepen als je het mij vraagt. De terroristen onder ons missen in ieder geval het ‘goede’ uit de voornemens. En ik vind daar wat van, net als velen met mij. Het maakt mij boos, sterker ik werd kotsmisselijk na het horen van het nieuws van de aanslag op Charlie Hebdo. In gedachten kots ik op de zieke geesten die dit veroorzaakt hebben. Ware het niet dat ik zelf wél goede voornemens heb natuurlijk. En een daarvan is behandel een ander zoals je zelf behandeld wil worden. Alhoewel, dat is geen voornemen, dat gaat bij mij vanzelf.

Persvrijheid is een mooi woord maar zodra er een uzi op je wordt gericht heb je er verdomde weinig aan dat het is opgenomen in de Van Dale. Goddank kunnen of willen de mensen met een gezond brein niet begrijpen hoe de zieke geest werkt.

En terwijl Europa stil staat bij de terreurdaad die in Parijs plaatsvond, worden in Nigeria meer dan honderd mensen gedood door een andere terreurgroep. Het artikel in de krant is zo klein dat ik er bijna overheen lees.

Wereldvrede is zo’n woord dat je alleen nog tijdens een missverkiezing hoort.
Was ik maar een Miss, met een geweldig lijf en niet zo’n hoog IQ, dan had ik misschien nog geloofd in wereldvrede. Maar aangezien ik geen Miss ben, kan ik het niet helpen te denken dat het in de wereld behoorlijk Mis is.


Reacties

Hoe groot kan een overgang zijn. Van het WK en alle momenten dat er iets te juichen viel. Het hele land oranje en het samen juichen. Waarna velen teleurgesteld en sommigen zelfs somber waren over het feit dat we de finale niet hadden gehaald. Wat lijkt het lang geleden en wat voelt het nu als onbelangrijk om je daar zo in te verliezen.

Er zijn op dit moment zoveel nare dingen gaande in de wereld, dat van me af te schrijven eigenlijk voelt als verraad. Wie ben ik om er iets over te zeggen of te schrijven. Het hele land is in rouw vanwege de ramp met vlucht MH17 en het maakt mij ook bijzonder verdrietig. Al voelt het bijzonder ongepast om te gaan huilen als iets je persoonlijk niet aangaat. Zoals je dat soms kan overvallen op de begrafenis van iemand die je niet hebt gekend, waar je aanwezig bent ter ondersteuning van een ander die persoonlijk wel veel verdriet van heeft van dat verlies. Alleen als je de overledene zelf niet kent, lijkt het toch zeer ongepast om ook in snikken uit te barsten. Al ben ik dan wel écht verdrietig vanwege de gedachte aan het verdriet van de ander.

En als ik dan ná al het nieuws over MH17 nog blijf kijken naar al het andere nieuws in de wereld, maakt mij dat nog verdrietiger. Buiten dat ik er gewoon echt bijzonder weinig van snap. Waarom mensen elkaar haten vanwege een ander geloof, er onschuldige kinderen, moeders, vaders, opa’s en oma’s worden vermoord. Ik kan er gewoon niet bij, kan gewoon niet begrijpen dat een mens zoveel haat kan voelen dat je een ander mens kunt doden. Wat is je aangedaan dat je zoveel haat kunt voelen?
Nou sta ik zelf bijzonder ver van het geloof af, ik vind het fijn als iemand er iets aan heeft maar persoonlijk zie ik vooral de nare kanten die de verschillende religies in de mensen oproepen. Een ander veroordelen omdat deze een ander geloof aanhangt. Ik herinner mij de woorden ‘God is Liefde’. En als die woorden kloppen dat kan ik alleen maar zeggen dat God het niet zo gewild heeft.

De machteloosheid maakt mij vooral zo verdrietig. En ik weet dat het weinig zin heeft om mij al het leed in de wereld aan te trekken.
Ik besef heel goed dat ik dankbaar mag zijn dat de mensen van wie ik hou gespaard zijn, dat ik dankbaar mag zijn dat mijn wieg hier stond. Dat ik niets kan veranderen aan dat wat er gebeurd is.

Ik wil en zal mijn ogen niet sluiten voor al wat er gaande is in de wereld. Maar voor nu besluit ik toch om even alle media uit te schakelen. Het is mij gewoon te veel.

En dan kijk ik naar de kat, die gewoon lekker loom ligt te genieten van de zon. Hij is wel helemaal in het hier en nu. Hij maakt zich geen zorgen over de ellende in de wereld. Voor hem is er is geen gisteren, geen morgen er is alleen dit moment.
En dan besluit ik maar gewoon eens even naast hem te gaan liggen en kriebel hem wat onder z’n kin. Eens kijken of het mij ook lukt om alleen maar even in het nu te zijn.










Reacties (1)

Mijn vader, aan de telefoon; ‘Luister, wat van belang is, is dat je goed met elkaar door de bocht kunt.’ ‘Dat je iemand hebt die je mee op sleeptouw neemt’. De wijze woorden van mijn vader. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. 
Misschien ben ik wel op zoek naar het onmogelijke, een man die lijkt op m’n vader.

Soms ontmoet je iemand waarbij je het gevoel hebt dat het klopt. Dat hij het was, die je al die tijd miste in je leven. Dat je op een zelfde punt bent in je leven en je juist op dat moment elkaars pad kruist. En ervoor kiest om samen verder gaan. Dan ga je ontdekken hoe dat is, samen zijn. En dan blijkt dat bijzonder fijn, op de momenten dat er tijd is voor elkaar. Ontdekken hoe mooi het kan zijn om hetzelfde in het leven te staan en elkaar daar ook in te vinden. Dat je, in je zoektocht naar jezelf en de dingen die voor jou belangrijk zijn, iemand vindt die ook op zo’n manier in het leven staat.

Of soms dénk je dat hij het is, met wie je dat pad in wil slaan. En dan blijkt dat hij een totaal andere route in z’n hoofd had. En dan kun je er wel voor kiezen om klakkeloos te volgen. Maar uiteindelijk moet je toch altijd zelf de weg vinden. Gewoon je eigen pad bewandelen. En als hij dan af en toe met je mee wil lopen, graag. Maar als hij per se zijn eigen route wil volgen. Nou ja, dan kun je maar één ding doen. Je stevige stappers weer aantrekken en je eigen pad vervolgen. Ook al is dat misschien even slikken.

En dan denk ik soms maar weer even aan de wijze woorden van mijn vader, dat het van belang is dat je ‘goed met elkaar door de bocht kunt’. Maar als ik de bocht neem en hij rechtdoor wil, dan kiezen we duidelijk niet dezelfde route. Al zou het Universum er ongetwijfeld wel weer een bedoeling mee hebben, waarom je iemand tegenkomt op je pad. Alleen vind ik het zelf wel een beetje jammer als je een andere eindbestemming hebt, terwijl het zo leuk was om samen te lopen.






Reacties (1)

Er zijn momenten waarop het verlangen zo groot is dat het bijna pijn doet. Verlangen naar dat wat ik niet ken, waarvan ik niet eens weet hoe het écht zal zijn en toch zo groot aanwezig. Altijd wel op de achtergrond en soms ineens alles overheersend. Het verlangen naar een kindje.

Ik voel me soms zo moe. Maar als ik dat zeg tegen iemand die kinderen heeft hoor je ze denken ‘ze weet niet wat moe zijn is’. Verlangen maakt ook moe. Een ander soort moe, vast. Maar toch.

Als mijn kinderwens eens ter sprake komt, roepen mensen met kinderen vaak iets in de trant van ‘het is écht niet zaligmakend hoor’. Om vervolgens nog wat situaties te schetsen over momenten waarop het echt niet zo fijn is om ouder te zijn. Een huilend kind aan je bed net als je wakker bent geworden met een kater; een tegendraadse peuter in de rij bij de kassa of een seksleven dat verdwenen ofwel ver te zoeken is na de geboorte van een kind. Geen fijne momenten, kan ik goed inkomen.

Ik zie mannen op m’n werk na de geboorte van hun eerste kind veranderen in zombies vanwege slaapgebrek, ze overleven op dubbele espresso’s en zijn meer af- als aanwezig, maar zodra je vraagt hoe het met de kleine is, beginnen ze te glimmen van geluk, showen ze foto’s en zie je ze veranderen in stralende papa’s. En ook de net bevallen vrouwen die ik sprak, ondanks nare verhalen over de bevalling, een totaalruptuur of een huilbaby – heb ik nog nooit hardop horen zeggen dat ze het kind liever niet hadden gehad. Al denk ik dat daar nog wel een taboe op rust, om dat eerlijk te zeggen.
Al met al galmt het cliché ‘je krijgt er zoveel voor terug’ wel door m’n hoofd, want het kán toch niet anders dan dat daar een kern van waarheid in zit.

Soms denk ik ‘ik hou al zoveel van die dikke poes en oude kater die hier rondlopen, hoeveel kun je dan wel niet van een kindje houden’. Maar ik besef ook heel goed dat je een kindje niet naar het asiel kunt brengen, als het even tegenzit. Al zou ik dat met die dikke poes en oude kater ook nooit overwegen, laat staan doen.

Het ’zoeken naar’ een relatie is totaal naar de achtergrond verdwenen en ik ben er zelfs totaal niet mee bezig op dit moment.

Het verlangen naar een kindje is groter dan ooit.

Reacties (3)

Met mijn ogen gesloten liet ik de Lente toe. De zon raakte mij aan en liet sproeten na op mijn huid, als teken dat  ze er was. Mijn huid absorbeerde iedere zonnestraal als een spons. Met blote voeten zat ik in het gras, het voelde een beetje vochtig nog en er kriebelde iets tussen mijn tenen.

Eerst drongen de geluiden die ik niet binnen wilde laten komen toch door maar ik besloot me af te sluiten voor al het andere en liet mijn zintuigen hun werk doen.  

Ik voelde het vochtige gras onder mijn blote voeten, rook de geur van koeien in de wei, luisterde naar het zweven van de vogels in de lucht en zag de zon tussen de wolken door stralen. En dat, waarvoor ik hier en nu was drong tot mij door.  Ik was hier en nu om dit moment in mij op te nemen. Er is alleen maar nu.

Dit gevoel wil ik voor altijd vasthouden, zodat ik het kan pakken als ik het nodig heb. En ik bewaar het in mijn binnenzak.

Als er niets anders meer is dan de warboel van emoties in je hoofd, waardoor je niet meer ziet en hoort wat er is. Als je merkt dat je leven zoals het nu is, als zand door je vingers glipt. Dan zal ik in mijn binnenzak reiken. En dan zal ik je vragen even je ogen te sluiten, waarna ik je mijn gevoel geef, het gevoel dat ik bewaarde.

Ik gun je de zon die je aanraakt en laat je horen dat de vogels zweven in de wind terwijl je met blote voeten in het vochtige gras staat.

Ik gun je de tijd. De tijd die stilstaat.







Reacties (4)
“Mevrouw, mevrouw, heeft u wat geld over voor een een dakloze” vroeg de dakloze me vanmorgen op het station. Vrij beleefd voor een dakloze, me direct met mevrouw aanspreken. Hij schatte me op waarde. Of het was een techniek gebaseerd op sympathie. Hoe dan ook, het werkte. Ik had sympathie. Ik zocht wat in m’n zakken en zocht nog wat in m’n tas maar vond geen kleingeld. Vond wel wat groter geld, dat ik nodig had voor de tentoonstelling waar ik later naar toe zou gaan. “Ehm sorry, ik heb geen los geld bij me” zei ik. “Geeft niks mevrouw, zei hij” gevolgd door “wat is het koud vandaag hé”.
En daarmee kwam het binnen, het schuldgevoel. Het was inderdaad erg koud vanmorgen en het zou nog kouder worden vandaag.
Waar bleef m’n afspraak nou?
Ik wilde weg hier, weg van de waarheid, weg van mijn schuldgevoel.

De dakloze bleef en vroeg ook de mensen om me heen om geld, sommigen schudden nee maar de meesten liepen door zonder hem een blik waardig te gunnen.
M’n afspraak kwam, we liepen naar perron 2 en namen de Intercity naar Amsterdam. Onderweg kon ik alleen maar denken aan de dakloze man voor wie ik me niet bepaald mevrouw-waardig had gedragen. Waarom had ik hem niet gewoon m’n tientje gegeven, dacht ik. Ik had desnoods even kunnen wisselen bij het koffietentje. Wie was ik nou eigenlijk om hem te zeggen dat hij er geen drank of drugs voor moest kopen. Wat wist ik van zijn leven, van de reden waarom hij hier vandaag moest lopen in de kou om te bedelen voor een paar euro. Soms loopt het gewoon mis in het leven. En het laatste waar je dan op zit te wachten is een wijze les.

De tentoonstelling was bijzonder mooi, ik had er € 16,- voor over en nog eens
€ 2,50 voor een cappuccino, maar mijn gedachten waren bij de dakloze man op het station. Voor dat geld had hij misschien wel een week kunnen leven, of beter nog  weer even goed high kunnen worden om zo terug te gaan naar de dromen die hij eens had.
Lees meer...   (1 reactie)

Was het niet kort geleden, dat ik een feestje had, waarvan ik me vooral de champagne herinner en het proosten op het jaar tweeduizendtwaalf. 2012 menschen!
 
Vanavond keek ik naar Arie’s ‘Uit de kast’waardoor ik met een smak terecht kwam in een jaar ergens voor Christus. De uit-de-kast-komende-jongen was zelf ook nogal druk met Christus, wat dat betreft klopte dat plaatje goed. Mocht je het niet gezien hebben, hierbij even kort de samenvatting: 

De Christelijke jongen worstelt al jaren met een dillema, nadat hij heeft ontdekt dat hij op jongens valt. Ik heb zelf het vermoeden dat hij het woord homo niet durft uit te spreken uit angst dat Hij het zou kunnen horen maar mij werd nu even niets gevraagd. Nadat de jongen aan zowel zijn studiegenoten als aan zijn familie heeft verteld dat hij ‘op jongens valt’ krijgt hij eerst nog bemoedigende klopjes op de schouder. Maar al snel blijkt dat men alles leuk en aardig vindt, dat hele gedoe met dat op jongens vallen, zolang hij daar verder maar niets meer doet.  

 

Even verder in het ‘Oud Hollandsch'; na het uit de kast komen hoorde ik de opa zeggen “Ja jong' n, das nie zo mooi, maar zo lang je ut niet praktiseert is er wat ons betreft niets aan de hand”. 
Lang verhaal kort, de jongen zelf was achteraf ook niet zo heel gelukkig met dat uit de kast gebeuren, want nu keek men toch wel even anders tegen hem aan en misschien was het toch wel verstandig het inderdaad maar niet te gaan praktiseren, al zei hij dat niet met zoveel woorden. Tot zover de samenvatting van het program.

Nou ben ik er zelf ook nogal druk mee om van mezelf te houden zoals ik ben en me vooral niet zo druk te maken over wat een ander van me denkt en kan ik me heus voorstellen dat je even een dapper momentje moet hebben om uit de kast te komen hoor. Maar menschen, 2012! Je gaat het jezelf toch niet aandoen om je hele leven in die kast te blijven zitten? Heb je enig idee hoe rot dat zit, in zo’n kast?

In veel gevallen probeer ik me voor te stellen hoe ik zou reageren als ik in een bepaalde situatie zou zitten. Ik stel me zo voor dat ik hand in hand met m’n meissie bij m'n ouders aanbel; “Pap, Mam”dit is haar nou! Ik heb het vermoeden dat m’n ouders haar met een dikke knuffel welkom heten in de familie en niet omdat we nou zo ontzettend knuffelgezin zijn maar meer vanwege het feit dat ik überhaubt met iemand thuiskom!
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl