Er is een verbouwing gaande op Het Kantoor, op de derde waar ik mij op werkdagen bevind. Er zijn bazen die een eigen kantoor blieven, zich willen afzonderen van het plebs in de kantoortuin. Het kan zijn dat het plebs daar verheugd mee is, daar kan ik verder geen uitspaken over doen.

Maar in de tussentijd, tijdens de boor- en verbouwwerkzaamheden (mooi woord voor galgje …) op de derde, mochten mijn collega’s van de derde en ik een andere plek zoeken in Het Kantoor waar wij tijdelijk onze werkzaamheden uit te konden voeren. Er waren collega’s die dat niet zagen zitten en  die besloten het huis niet te verlaten voor het werk, die bleven lekker in hun pyjamaatjes achter de laptop zitten in hun natuurlijke habitat. Geef ze eens ongelijk.

Ik toog tijdens de verbouwwerkzaamheden gewoon naar kantoor, waarschijnlijk werd dat ook van mij verwacht en ik zocht een plekje op de tweede.
Op de tweede bevindt zich naast de afdeling Finance ook de afdeling Bouw. Ja, de mannen van de bouw! De mannen zelf waren meestal ‘op de bouw’, maar een aantal was toch regelmatig op de werkplek aanwezig, druk in de weer met bouwtekeningen en meer van zulks.
Ik mocht zomaar op de plek van de Bouw-Baas zitten, die een kantoor deelde met een ander baasje. Wat een verademing was dat zeg, zo’n eigen kantoor!

Op de derde was ik eraan gewend geraakt om te werken in de kantoortuin, waarin ik mij altijd bijzonder slecht kon concentreren. Kwamen collega’s van andere afdelingen langs met vragen, al dan niet voor mij bedoeld, ik dacht toch wel mee voor het juiste antwoord. Ik mengde mij in gedachte in discussies van andere afdelingen die ik kon volgen, al werd mij niets gevraagd, in mijn hoofd was ik overal mee bezig behalve met m’n eigen werk. Mijn to do lijst werd hoe langer … hoe langer!
Mijn redding was het kantoor van de Bouw-Baas. Ik werkte daar lekker door in alle rust en als de Bouw mannen af en toe binnen stapten volgde er wat poep- en pieshumor en ik kan niet anders zeggen dan dat ik mij daar best op mijn plek voelde. Behalve zo’n eigen kantoor, want ik verdien natuurlijk, vooral ook de humor die mij door de dagen sleepte.

Nu lijkt het einde in zicht, de verbouwing op de derde is zo goed als klaar en wij mogen daar volgende week onze eigen bureaus weer opzoeken. Er schijnen wat meer wanden geplaatst te zijn dus ik heb goede hoop voor een toename van concentratie en focus op mijn eigen werkzaamheden. Daarnaast mag ik sowieso niet klagen, ik kreeg zomaar een bureau aan het raam en er werden niet eens lootjes om getrokken. Ik zie er naar uit om daar de komende jaren heerlijk weg te kunnen dromen bij het naar buiten staren - tussen het werken door natuurlijk.
Al denk ik dat ik af en toe ook even stop op de tweede, om mijn dagelijkse portie poep- en piesgrappen mee te pikken.









Reacties (4)

Voor het geval u denkt dat ik de deur niet meer uitkom, vanwege het ontbreken aan spannende verhalen hier, onderstaand een korte update van een paar tripjes in één stukje.

Laatst toog ik, met een aantal van de ZA1-groep van de Academie, een avondje naar het huis van één van de ZA1 stuudjes. Daar waren wij uitgenodigd voor een zogenoemd BYO – Bring Your Own – diner. Overigens, bij de vraag of ik iets zelfgemaakts qua eten wil meebrengen, raak ik over het algemeen direct in paniek. De gedachte eraan om anderen te confronteren met mijn kookkunsten (of het niet aanwezig zijn daarvan) zorgen ervoor dat ik eerst een kwartier in een papieren zak moet ademen om niet direct ter aarde te storten. In dit specifieke geval begreep ik dat alles geoorloofd was, voor wat betreft het BYO gedeelte. Kon ik in ieder geval aankomen met de enige tweegerechten die ik wel durf te serveren.

Na een dagje masseren was het tijd voor een avondje filosoferen. Voorafgaand aan het BYO- feestje moesten wij wel eerst een wandeltocht door het Utrechtse maken, alwaar ik mij een toerist in eigen land voelde. Wij kwamen langs winkels waarvan ik geen weet had dat die in Nederland ook bestonden, een mooie mix van culturen was terug te vinden in de winkels van het Utrechtse Lombok. Eenmaal bij het stuudje dat haar huis ter beschikking stelde thuis aangekomen, namen wij de keuken over om daar ons zelfgemaakte gerecht op te warmen of ter plekke nog even te maken.

Met terugwerkende kracht vond ik het jammer dat ik nooit zelf in een studentenhuis woonde, want wat een gezelligheid met zo velen aan tafel en dat al die verschillende hapjes samen prima één grote maaltijd vormden. Bij studentenhuis dacht ik altijd aan kots in de spoelbak, koelkasten waar Rob Geus niet vrolijk van zou worden en ketsende stelletjes onder de gezamenlijke douche.

Er werd gesproken over spontaan ontstane verliefdheden, over geestverruimende middelen al dan niet om te ontdekken wat ‘je echte ik’ van binnen wil en natuurlijk over de opleiding en hoe fijn het wel niet was dat wij elkaar hadden leren kennen aldaar. Op het moment dat het filosoferen echt lekker op gang kwam, bleek het alweer tijd om ons op een drafje richting trein te begeven, om zo niet een laatste trein te missen. Al met al, dat was een bijzonder geslaagde avond die beslist vaker zou mogen plaatsvinden met datzelfde gezelschap wat mij betreft.

Afgelopen weekend vond het Nieuwjaarsfeest van kantoor plaats in Amsterdam, op een boot. Nou denk je bij boot natuurlijk water, picknicken en zwemmen waarschijnlijk maar niets van dat al. De boot gedroeg zich als een Diva, en heette ook zo.

Er werd getoast met bubbels op het nieuwe jaar, op onszelf omdat we zo ons best hadden gedaan het afgelopen jaar en er werden Awards uitgereikt aan collega’s voor Rookie’s en voor een Outstanding Performance. Bij dat laatste denkt u ongetwijfeld dat ik deze in ontvangst mocht nemen. Ja, ik begrijp zelf ook niet hoe het kan maar ik mocht deze ook dit jaar niet in ontvangst nemen. Dat mocht de pret verder niet drukken. Het was leuk om te zien of de partners van collega’s bij ze pasten en ik sprak weer eens collega’s die ik niet zo vaak zie.
Verder was er een vrouwelijke DJ, altijd goed natuurlijk en een saxofonist die gezellig mee stond te spelen. Ik waagde nog een dansje maar zoals dat gaat op bedrijfsfeestjes, op een gegeven moment komen er altijd collega’s voorbij die nét teveel op hebben, die je meesleuren met hun wilde dansmoves en voordat je het weet denkt de baas dat je zelf ook een slokkie teveel op hebt. Voor die tijd ben ik van boord gesprongen, zodat ik die maandag weer met goed fatsoen de kantoortuin binnen kon wandelen.

En zo vliegt januari ook weer voorbij. Wat mij betreft een goede nieuwe traditie rijker en nog 11 maanden over om de baas te laten zien dat ik ook heus Outstanding Perform. Of dat op de werkvloer is, daar zijn de meningen over verdeeld vermoed ik.










Reacties (1)

Het appartement van mijn buren stond al jaren te koop. Het te koop bord aan de gevel had door de tijd de kleur van de muur van het huis overgenomen, zodat het niet meer opviel dat het er hing. Als ik de buren tegenkwam vroeg ik regelmatig of er nog kijkers waren geweest en dat was in al die jaren maar één keer het geval geweest.  

Op een dag klampten de buren mij aan met goed nieuws. Het huis was verkocht aan die ene kijker. De buren waren zichtbaar opgelucht en zaten vol verhalen over hun nieuwe huis. Ik was daarentegen maar in één ding geïnteresseerd. Wie kwam daar te wonen?. Want deze twee brave burgers, dat waren al die jaren prima buren geweest. Voor 08.00 uur vertrokken ze richting werk en ’s avonds om 21.30 uur ging het licht standaard uit.

Er komt een man wonen, hij noemt zichzelf Kees maar officieel heet hij Hugo aldus de buren. Apart. Het betrof in ieder geval een manspersoon in mijn leeftijdscategorie. Dat bood wellicht interessante mogelijkheden voor de toekomst. Als het zou klikken tussen Kees danwel Hugo dan zou ik misschien wel een muurtje door kunnen breken en wellicht leefden wij dan nog lang en gelukkig.

Van de een op de andere dag waren de buurtjes ze vertrokken. Ik had geen verhuiswagen gezien en ze ook niet uitgezwaaid. Met stille trom, precies zoals ze zich al die tijd als perfecte buren hadden gedragen.
De lamellen die zij ooit van de vorige bewoner hadden overgenomen, hingen er nog. Ik ging er vanuit dat ik binnenkort in ieder geval niet meer tegen de lelijke lamellen aan hoefde te kijken.

Toen ik de volgende dag thuiskwam, leek appartement alweer bewoond. Tussen de lamellen op de vensterbank stonden veel, heel veel hele kleine poppetjes. Hobbit achtige of het volledige volk van Laaf in miniatuur, daar wil ik vanaf zijn, ik ben al een poosje uit de poppenhoek.
Ik probeerde een glimp op te vangen van de nieuwe buurman, maar die hield zich verdacht schuil. Waarna ik visioenen van een man die met poppen speelt op m’n netvlies kreeg.
In de dagen erna zag ik af en toe een glimp van een man in een wit ‘t-shirt. Iedere keer als ik naar bij hem naar binnen wilde kijken zag ik dat hij zich schuilhield achter de lamellen.

Ik krijg nog niet echt een warm gevoel bij de nieuwe buurman, Hugo alias Kees. Nee ik heb het uitbreken van de tussenmuur voorlopig toch maar even op de lange baan geschoven.

Reacties (1)

Ik had verkering met Patrick Lodiers. Al was het een bijzonder prille verkering, hij was al wel heel erg gek op mij. Logisch natuurlijk. Patrick nam mij overal mee naartoe. Naar zijn werk en ook naar feestjes van zijn werk. Op de feestjes stond ik erbij alsof ik al jaren aan zijn zijde stond. Hij liet mij ook rustig af en toe alleen op de feestjes waar ik niemand kende maar ik vermaakte mij evengoed prima Ik was bijzonder makkelijk in de omgang. Zo’n type die je wel kunt meenemen naar een feestje, dat was ik. En als Patrick dan weer terug kwam begon hij mij direct uitgebreid te zoenen, midden in de feestzaal. Ik schaamde mij nergens voor en zoende er lekker op los, alsof er niemand om ons heen stond. Al snel was overal bekend dat wij heel erg gek op elkaar waren.

Op het moment dat de wekker ging en ik m’n ogen open deed dacht ik ‘Nee!! Deze droom was nog niet af. Dus drukte ik de snoozeknop van m’n wekker in en sloot m’n ogen weer om vervolgens verder te dromen. Patrick en ik leefden nog lang … en toen ging de wekker weer. Waarna ik spontaan een ochtendhumeur kreeg.

Vannacht was ik bij mijn eerste baas en zijn vrouw in huis. Bovenop de kast stond een poppenhoofd ter grootte van een mensenhoofd. De ogen van het poppenhoofd knipperden steeds als ik ernaar keek. Het maakte mij doodsbang. Het hoofd met de ogen kwam alleen tot leven als ik ernaar keek. En ik probeerde te gillen maar er kwam geen geluid uit m’n mond. Ik stond daar met m’n mond opengesperd te wijzen naar het grote poppenhoofd met de knipperende ogen. Mijn eerste baas en zijn vrouw keken eens naar mij en vervolgens richting elkaar, waarna ze met de vingers tegen het hoofd tikten. Alsof ik degene was die hier doordraaide. Maar zij zagen niet dat het poppenhoofd achter hun rug tot leven kwam. Ik holde harder dan mijn benen bij konden houden het huis uit om nooit meer terug te keren.
Toen de wekker ging voelde ik me gebroken.

Ja mensen ik maak wat mee hoor!  Ik leid mij toch een boeiend leven. In ieder geval midden in de nacht. 

Reacties (1)

Voor deze ene keer gaf Mevrouw H toestemming om hier mijn verhaal te doen. Ze is nogal begaan met ons lot. En aangezien wij over het algemeen niet zo goed voor onszelf kunnen opkomen, heft Mevrouw H tijdelijk haar writersblock op om mijn stem te zijn, in deze:

Er was nogal wat ophef over de Pieten. Dat heb ik allemaal aangehoord. Soms schudde ik eens mijn hoofd, maar meestal ging het van m’n ene oor in m’n andere. Er werd gesproken over het hele Sinterklaasfeest, of dat nog wel van deze tijd was. Of de Sint niet te oud was geworden voor dit vak, dat gesleep met die staf en ook die mijter nog op zijn hoofd. Het land was in rep en roer, vervolgens kwamen de Belgen erachter dat die discussie bij hun ook best gevoerd kon worden aangezien zij ook meedoen aan die poppenkast. En zelfs bij CNN waren ze verbaasd over de uitvoer van ons kinderfeest.

Na dat allemaal zo aangehoord te hebben dacht ik ‘ik weet het niet hoor, maar wanneer heeft men het eens over mij?’ Wanneer worden mijn kwaliteiten eens geroemd. Want, laten we eerlijk zijn, dat wat al die andere paarden doen, dat zijn gewoon de dingen die een paard kan. Hard rennen, over een balk springen en soms nog eens aan de teugel, dat kunnen wij paarden van nature.

Wat ik mij dan zoal eens afvraag; ‘heeft men énig idee hoe knap het is wat ík allemaal doe’? Niet? Nou dan zal ik dat eens uit de doeken doen.
Er wordt nogal wat van mij gevraagd zo in deze periode van half november tot en met 5 december. In eerste instantie wordt ik op een boot gezet vanuit het nog redelijk warme Spanje, daar sta ik dan weken in een te krappe stal te wachten totdat de boot de vaste wal bereikt. Mijn spieren stram van het stilstaan. Tegen die tijd dat we aan land kunnen staat de kade vol met hysterisch gillende kinderen en hun ouders. Er komt dan zo’n oude man met pruik en mijter op mijn rug zitten (die nooit paardrijles heeft gehad). We banen ons dan een weg door de menigte, met een aantal van die geschminkte, bepruikte Pieten om ons heen.   

En in de dagen die volgen sturen zij mij dus gewoon het dak op, alsof het niets is. Men heeft geen idee hoe ik het voor elkaar krijg, maar ik loop over de daken. Spring van huis naar huis met die oude man op mijn rug. Maar daar hoor ik daar dus niemand over hé.

Ik zou het zeer op prijs stellen als het volk in 2015 eens een lans voor mij breekt. Op de barricades mensen! Want het is toch niet meer van deze tijd dat een paard, een edele schimmel nog wel, zulke halsbrekende toeren uit moet halen met als dank een uitgedroogde wortel.

Ik doe het nog één avondje zoals al die jaren ervoor, omdat ‘het traditie is’. Maar vanaf volgend jaar verzet ik dus echt geen hoef meer richting dak, als jullie dat maar weten. En dan ga ik er vanuit dat jullie in 2015 op de barricades gaan om te strijden voor mijn lot!

Hoogachtend en met vriendelijke Hinnik!

Americo
Het paard van Sinterklaas

Reacties (1)

De kapster waardoor ik niet geknipt wilde worden nam de telefoon op. Kut. Ik vroeg haar of mijn favoriete kapster morgen aanwezig was. Die is er morgen hoor, blèrde het meisje waardoor ik niet geknipt wilde worden. Ah, mooi. Ik gaf aan dat ik graag eind van de dag geknipt wilde worden door mijn favoriete kapster. ‘Nee, dat gaat helaas niet lukken; ze is er wel morgen maar zit helemaal vol’. En meteen daar achteraan ‘maar ik heb zelf wel tijd eind van de middag dus dan plan ik je gewoon bij mij in’. Waarna ik mezelf teneergeslagen hoorde zeggen ‘Oh ok, nou tot morgen dan maar’. ‘Tot morgen!’ blèrde de kapster waardoor ik niet geknipt wilde worden. Het ‘Nee zeggen’ wil nog niet altijd lukken.

Een keuze maken op kappersgebied luistert gewoon heel nauw. En kapsters weten zelf ook, ze kunnen je maken of breken. Ik bedoel, je hele imago hangt aan de coupe die je aangemeten is. Het geeft de kapster een eng soort macht aan de mensheid. Maar zo lang we zelf nog niet weten hoe we onszelf een fatsoenlijke coupe kunnen aanmeten, zijn we overgeleverd aan de macht van de kapster. Er zit niets anders op dan je neer te leggen bij de coupe die zij je aanmeet of je moet willen eindigen als Rapunzel; met je lange haar, eenzaam en hoog in een toren, totdat iemand het lef heeft via jouw gespleten haarpunten naar boven te klimmen om jou te redden.

De volgende middag toog ik met lood in m’n schoenen richting kapsalon om daar geknipt te worden door de kapster door wie ik niet geknipt wilde worden. Mijn favoriete kapster waste mijn haar vooraf altijd even, maar deze kapster pakte de plantenspuit en bewaterde mijn hoofd (ongetwijfeld gevuld met Pokon, om de lokken weer snel te laten groeien). Waarna het knippen begon.

Het meisje door wie ik niet geknipt wilde worden praatte en praatte. Ze vertelde mij alles over haar verkering, dat het een poosje uit was, omdat ze dacht dat er leukere mannen rondliepen maar dat ze uiteindelijk toch weer bij elkaar waren gekomen. Dat ze nu al weer járen samen zij en elke vrijdagavond pizza-avond houden want ze heeft geen zin om elke dag te koken en de verkering kan het niet, maar verder helpt hij best in het huishouden en ze leefden nog lang en en en ..
Na haar eerste zinnen had ik denkbeeldige proppen in mijn oren gestopt en ik knikte af en toe vriendelijk richting spiegel. Nadat het oeverloos geouwehoer tezamen met de knipbeurt voorbij was, durfde ik niet meer in de spiegel te kijken.
Blij dat het voorbij was vertrok ik richting huis alwaar ik wel even een blik in de spiegel wierp. Ik had laagjes gevraagd en zag een wat happig geheel, dus was niet direct ontevreden. Het meisje waardoor ik niet geknipt wilde worden had alle energie uit me gezogen, dus ik dook op tijd m’n bed in.

De volgende ochtend bekeek ik m’n nieuwe coupe nog maar eens in de spiegel, het geheel was er niet beter op geworden na een nacht woelen. De Pokon wasbeurt gevolgd door de berg haarlak maakte dat het geheel zich had samengeperst als een hanenkam bovenop mijn hoofd. Om er enigszins toonbaar uit te zien moest ik het eerst wassen.  
Op dat moment ging de deurbel. ‘Sjezus!’ schoot er door mijn hoofd, zo kan ik écht de deur niet opendoen. De bel ging nog eens en ik maakte mij klein achter de gordijnen. Nieuwsgierig als ik ben gluurde ik even tussen de gordijnen door naar buiten. Daar liepen de twee Jehova’s Getuigen die ik laatst een uur aan de deur had gehad.
Dankbaar voor de hanenkam op mijn hoofd, waardoor ik de deur niet open had gedaan, stond ik even later te zingen onder de douche. Dat ik geen nee durf te zeggen tegen het meisje door wie ik niet geknipt wilde worden was niet zo erg. Erger zou het zijn geweest als ik geen nee had durven zeggen tegen de Jehova’s Getuigen, waardoor ik de rest van mijn leven ook langs de deuren moest met de Wachttoren.

Halleluja. Zo behoedde de kapster waardoor ik niet geknipt wilde worden mij onbewust toch voor een leven als Jehova’s Getuige.

Reacties (2)

Zus stuurde mij een berichtje en liet mij daarin weten met man en onze ouders uit eten te gaan. Ik riep meteen ‘Gezellig!’ en maakte er direct ruimte voor in mijn agenda. Nou bleek dat mijn aanwezigheid in het restaurant niet gewenst was, mijn aanwezigheid was gewenst bij de kinders. Oh ok. Mijn plaats binnen de familie was weer duidelijk en schikte mij in mijn lot.

Nadat ik had genoten van een zogenaamde ‘Lazy Sunday afternoon’ bij vriendin met man, vriend van de man en een hoop spelende kinders in de tuin, moest ik even uit de relaxmodus om mij te wijden aan de oppastaak. Gelukkig kreeg ik bij zus in de tuin aangekomen direct een glas wijn in de hand gedrukt, waardoor mijn zorgen over het verloop van de oppasavond direct verdwenen.

Zus had de maaltijd die ik aan de kinders moest voorschotelen al bijna volledig voorbereid, het enige dat ik nog moest doen was pasta koken en de sla inclusief ingrediënten op te dienen. Een en ander had waarschijnlijk te maken met het feit dat zus bekend is met mijn kookkunsten of het niet aanwezig zijn daarvan. Het moest natuurlijk niet zover komen dat ik zus zou moeten bellen om terug te komen van het etentje vanwege buikkrampen van de kinders.

Nadat we de familie hadden uitgezwaaid begon ik aan het koken van de pasta en het klaarmaken van de salade, waarna we aan tafel konden. Ik had er niet over nagedacht dat er misschien nog geplast moest worden voor het eten ofwel handen moesten worden gewass
en. Eenmaal aan tafel zaten ze zo gezellig te kletsen over al wat ze hadden meegemaakt die week, dat het eten in rap tempo koud werd zonder dat het in de bekkies en laat staan in de maagjes terechtkwam. Neefje schepte de champignons een voor een uit zijn pasta en speelde er wat mee op zijn bord en nichtje hing met haar lange haren in de rode saus.
Halverwege de maaltijd riep nichtje hard dat ze eigenlijk moest poepen, gevolgd door een indringend; Nu! Waarna ik de nood ervan inzag en besloot het voor-het-eten-naar-het-toilet-gaan-gesprek’ maar even achterwege te laten. Huppelend en duidelijk opgelucht kwam ze terug van het toilet, waarna ik haar voor de zekerheid nog wel even vroeg of ze de handen had gewassen. Mijn eetlust was inmiddels verdwenen.

Na het eten mochten ze nog even naar een opgenomen aflevering van Het verborgen eiland kijken. Persoonlijk vond ik het nogal een spannende serie. Waarna ik voor de zekerheid de deuren beneden op slot draaide voordat ik ze naar bed bracht. Daar mocht ik ook nog eens een spannend verhaal voorlezen, met als gevolg dat ik mij weer zorgen maakte of zij geen nachtmerries zouden krijgen. Na wat trustenkussen kon ik dan eindelijk op de bank neerploffen. Poe hee, dat viel nog niet mee, zo’n oppasavondje.

Een kwartier nadat ik op de bank was gaan zitten, kwamen ouders, zus en zwager al weer terug van het diner. Zij troffen mij languit op de bank en riepen dat dat zeker wel lekker relaxt was, zo’n zondagavondje voor de tv. Uch. Volgende week plan ik gewoon een avondje met opgenomen afleveringen van Heel Holland Bakt. Al was het alleen maar vanwege het kalmerende stemgeluid van Martine Bijl.





Reacties (1)

Vanochtend bracht ik een bezoekje aan mijn huisarts. Nou kom ik daar het liefst zo min mogelijk maar de hypochonder in mij denkt daar soms anders over. Zo’n controle kan nooit kwaad en als de huisarts mij laat weten dat ik mij niet zo moet aanstellen, dan sta ik zo weer met beide benen op de grond natuurlijk. Al is mijn huisarts maar een paar jaar ouder dan ik, ik zie hem wel echt als een meneer. Een sympathieke meneer dat wel, maar toch. Met zo’n functie ben je ook al snel een meneer natuurlijk.

Voor de wachtkamer bij de huisartsenpraktijk ben ik een beetje allergisch. De ene wachtende kucht nog harder dan de ander, er wordt gefluisterd want hardop praten lijkt niet te horen. Herinneringen aan mijzelf als kind in de wachtkamer komen naar boven; destijds vond ik dat nogal spannend. Waarom zei niemand iets? Mocht er daar niet gesproken worden? Wat gebeurde er in dat kamertje waar steeds iemand naar binnen werd geroepen? Zelfs mijn moeder fluisterde als ik haar iets vroeg.
Inmiddels ga ik al heel mijn volwassen leven naar een huisartsenpraktijk, waar er meer huisartsen zijn en vanzelfsprekend ook meer patiënten.
In de praktijk worden de tijdschriften uit 2012 en voorgaande jaren nog altijd gretig doorgebladerd door de patiënten. Vanwege het gekuch en de patiënten die met doorweekte zakdoeken hun snottebellen wegvegen, waag ik mij niet aan het doorbladeren van de oude tijdschriften. Ik zou spontaan smetvrees oplopen.

Op het moment dat Meneer de Dokter mijn naam door de wachtkamer riep zag ik een glimlach op zijn gezicht verschijnen. Gelukkig, hij was goedgehumeurd. Nadat ik tegenover hem zat in zijn spreekkamer en hij mij vroeg wat er scheelde begon ik spontaan te snikken. Zo had ik het gesprek met hem niet willen beginnen. Nu zou hij mij zeker direct voor hypochonder aanzien. Hij schoof de doos met tissues mijn kant op en nadat ik mijn tranen had gedroogd, kwamen mijn klachten aan bod. Het waren er zoveel dat ik er maar een notitie van had gemaakt in m’n iPhone om niets te vergeten als ik bij hem zou zitten. Meneer de Dokter pakte mijn iPhone in zijn hand en las al mijn klachten op. Nu ik het zo uit de mond van een ander hoorde had ik opeens nog maar bar weinig last van al m’n klachten. Voor de zekerheid en om wat dingen uit te sluiten stuurde hij mij nog even door om bloed te laten prikken. Bij het weggaan zei hij me dat hij vond dat ik er wel bijzonder goed uit zag! Dat hij me zogezegd écht een stuk vond. Ehm? Meneer de Dokter? In looppas en zonder officieel vastgestelde hartklachten maar wel met hard kloppend hart, holde ik zijn praktijk weer uit.

Op naar het bloedprikken, wat tegenwoordig ook kon in het bejaardentehuis om de hoek. In de lift stond een dame achter haar rollator en vroeg mij of de koffieruimte op 1 was, ik kon het haar niet vertellen. Ze liet de lift op iedere etage stoppen op zoek naar de koffieruimte. Uiteindelijk liet ik haar maar achter  in de lift toen ik op de etage was waar het bloedprikken plaatsvond. In die wachtruimte hing een penetrante oude pislucht. De bejaarden die ik tegenkwam zagen er wat verdwaasd en smoezelig uit. Ik begon in te zien dat oud worden niet altijd leuk hoeft te zijn.
De hypochonder in mij was gerustgesteld, als mijn hart het vroegtijdig zou begeven betekende dat in ieder geval dat ik mijn oude dag niet hoefde te slijten zoals de oudjes die ik vandaag tegenkwam.

Meneer de Dokter ziet mij voorlopig niet terug in zijn praktijk, ik ben spontaan genezen.

Reacties (2)

Na het voorstellen van de boeren was ik er snel uit. Briefpapier in de aanslag, foto van een jaar of 10 geleden erbij en ik kon zo door voor de jonge blom waar boer Tom naar op zoek was. Tegen de tijd dat ik  we elkaar bij de kennismaking in de ogen zouden kijken, zou het vanwege mijn geweldige persoonlijkheid natuurlijk niet opvallen dat ik in werkelijkheid maar íetsje ouder ben. Jammer dat boer Tom geen koeien houdt, want ik ben dol op dieren, maar het feit dat het een man is die regelmatig met een bosje tulpen aan zal komen maakt een hoop goed.

Al twijfel ik wel over het leven op het boerenland, want Boerenland en insecten gaan volgens horen zeggen samen als Peppie en Kokkie.
Over insecten gesproken, hoe zit het eigenlijk met die fruitvliegjes invasie?. Zou het zowel bij mij op kantoor als in Huize H zo’n onhygiënische bende zijndat fruitvliegjes de boel langzamerhand overnemen?  Vallen ze alleen het overrijpe fruit aan of komen ze gewoon af op de nieuwe appeltjesshampoo waarmee ik m’n haar was?
Ik ben dan wel een groot dierenliefhebber, maar er grenzen. Ik heb het gewoon niet zo op hele kleine beestjes en als ze dan ook nog eens niet aaibaar zijn, kan ik er helemaal weinig mee. Insecten vind ik ronduit smerig. Zo’n vlieg bijvoorbeeld, die stort zich eerst lekker op een hoop stront en vervolgens op m’n boterham. Ok, daarvan raak ik nog niet eens zo in paniek.
Achtpotigen! Daar heb ik inmiddels wel een fobie voor ontwikkeld. Ik las laatst dat een gemiddeld huis zo’n 1500 spinnen bevat. VijfTienHonderd mensen! En in het najaar gaan de mannetjes op zoek naar vrouwtjes om te paren. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat als je een spin tegenkomt je er zeker van kunt zijn dat er nóg eentje in de buurt rondloopt?


Nou was ik mij eerlijk gezegd nog niet bewust van het feit dat de spinnentijd weer aangebroken was, totdat ik van de week nietsvermoedend door het trappenhuis naar beneden huppelde en ik in mijn ooghoek iets groots, zwarts en harigs zag opdoemen. Boven mijn hoofd bevond zich een spin van zéker 10x10cm. Ik dook ineen en wist niet hoe snel ik naar buiten moest vluchten. Toen ik later die dag weer thuiskwam durfde ik het trappenhuis eigenlijk niet meer in vanwege de aanwezigheid van de spin, maar als ik ooit mijn huis nog wilde betreden had ik geen keuze. Op m’n hoede sloop ik naar binnen, maar al wat ik tegenkwam in het trappenhuis, dé spin was in geen velden of wegen meer te bekennen. Het is dagen geleden maar  ik heb de spin nog steeds niet kunnen traceren. Slaap al nachten met één oog open en er is maar één gedachte die mij bezighoud. WAAR. IS. DE. SPIN.

Wat mij weer herinnert aan een trauma dat ik nog steeds niet te boven ben. Ik was eens aan de verkering en die verkering bewoonde een woonboot. Dat idee an sich vond ik bijzonder romantisch, ‘hij en ik samen in zijn houten huisje op het kabbelende water’. Maar dat gevoel van romantiek bleek van korte duur en dat lag echt niet alleen aan de verkering zelf. Het begon al met de claustrofobie waar ik last van kreeg als ik beneden was, de kamers ‘onder water’ gaven mij het idee dat ik mijzelf in een onderzeeër begaf. Ik miste daar een nooduitgang of de zuurstofmaskers in het plafond. Maar het was niet alleen onder NAP waar ik de kriebels kreeg. Op een avond ging ik nietsvermoedend naar het toilet, trok daar m’n broek naar beneden en terwijl ik daar rustig m’n plas liet lopen, kreeg ik het gevoel dat ik bekeken werd. En dat is geen prettig gevoel, al helemaal niet als je met je broek op je knieën zit. Enigszins schichtig keek ik rond in dat kleine kamertje en terwijl ik mijn blik op het plafond richtte, keek ik recht in de 10.000 spinnenogen die op mij neerkeken. Waarna de angst het ter plekke overnam van de schaamte en ik mij met broek nog op m’n knieën op de wc deur stortte met als gevolg dat ik  met blote billen midden in de woonkamer lag. De verkering kon er nog wel om lachen. Hij dacht dat ik dol was op huisdieren maar had niet begrepen dat achtpotigen daar niet onder vielen. Je begrijpt dat de verkering na dat incident niet langer de verkering was.

Het is mij opeens duidelijk waarom zo’n knappe boer nog alleen is. Ik bedoel, als een gemiddeld huis in de stad al 1500 spinnen bevat, hoeveel spinnen zouden er dan niet wonen op de boerderij van Boer Tom! Dan kun je nog zo’n knappe boer zijn, als je mij niet kunt garanderen dat je het huis spinvrij houdt, dan lul je mij ook die bedstee niet in!








Reacties (9)

Het nieuwe TV-seizoen is weer van start gegaan mensen. Eindelijk is de komkommertijd weer voorbij en is het weer tijd voor nieuwe programma’s. 

Al m’n avond afspraken komen on hold te staan want je begrijpt, vanaf vanavond ben ik weer te vinden op de driezits; popcorn en cola bij de hand en de snorrende oude kater op schoot. Dag één van het nieuwe seizoen en ik kom al tijd tekort. Sterker nog, er moeten keuzes gemaakt worden. Ga ik voor Grey’s Anatomie of voor Hollands Next Top model. Grey’s Anatomie blijft favoriet op de maandagavond. Na die eerste werkdag van de week ben ik al weer toe aan de doktersroman op beeld en ik zwijmel nog altijd bij de aanblik van Dr. McSteamy. Alhoewel het bij Hollands Next Top model genieten is van de metamorfoses van de modellen in spé. Kwamen de meisjes binnen met lange lokken en dikke lagen make-up op de bekkies; vaak worden lokken rigoureus afgeschoren en mag de helft van de make-up van de mooie bekkies af. En dan wordt het smullen! Jaloezie onderling en jankende meisjes, dat wil je niet missen!

Het nieuwe seizoen van Spoorloos start vanavond ook. Mocht je nog wat emoties kwijt willen, zet Spoorloos op. Janken gegarandeerd! En later op de avond is er nog een keuze momentje, wordt het Tan of Pauw? Ik vermoed dat Tan nog altijd zal scoren en het is hem gegund. Van de week begint Expeditie Robinson ook weer, heerlijk. Honger, ruzie en intriges op een ‘onbewoond’ eiland. Al vraag ik mij wel altijd af hoe het kan dat ze er nog zo fris en fruitig uitzien na 40 dagen op zo’n eiland. Volgens zeggen mag je nog geen scheermesje meesmokkelen, nou ik weet het niet hoor maar ik zag nooit bossen shag onder oksels groeien, laat staan onder de bikinibroekjes uitkomen. Ach, het blijft TV hé.

Verder kijk ik natuurlijk uit naar Boer zoekt Vrouw en dan in het bijzonder naar het voorstellen van de nieuwe boeren! Ja, ik weet niet of ik iets gemist heb en de boeren hun een oproep al hebben gedaan of dat ik nog steeds ‘in the running towards becoming the next Boerin’ ben? Nog even briefpapier aanschaffen, rood-wit geblokt, een foto erbij in m’n boerenbont jurk en ik zeg ‘hoppa!’ verzekerd van een plekje in de logeerweek. Nu nog even kijken of er een boer voor mij bij zit.

Kijk je mee?




Reacties (1)
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl